Meditatie

DE PINKSTERKERK - MEER DAN EEN MOOI DECOR!

Woorden vinden in de crisis 3-6-2020
Wie wind zaait, zal storm oogsten. Hosea 8: 7

Een storm van protest zwol aan na de demonstratie op De Dam. Zo onverantwoordelijk van al die demonstranten, van de burgemeester. Het land was te klein. Nog geen maand eerder waren we samen zo één rond de Stille Dam met Dodenherdenking. We hadden ook één gemeenschappelijke vijand: het virus. We waren allemaal doordrongen van de noodzaak van de strenge maatregelen. Maar nog geen maand later stromen de terrassen en stranden weer vol. Zelfs de Dam voor zo’n grote demonstratie - en wellicht een superverspreider van datzelfde virus.
In alle boze reacties komt alle verdriet en frustratie naar boven over de afgelopen tijd. De impact van die slopende corona, de voortdurende vereenzaming en huisarrest van mensen, de angst en onzekerheid, de noodverordeningen, ondernemingen in het slop. Telkens was er die grotere dreiging, dat grote gemeenschappelijke belang waar alles voor moet wijken. Tot 1 juni een andere wind de kop opstak.. een storm van protest.
Als je het filmpje zou zien waar alles mee begonnen is - de dood van George Floyd – dan is ook zo voorstelbaar dat er ook een storm op zou steken in Amerika, het machtigste land ter wereld – waar we het allerlelijkste gezicht van zien. Een storm die zelfs de oceaan overstak en in Nederland aan land kwam. Het beeld van de knie van een agent in de nek van een onschuldige arrestant, een minutenlange doodstrijd, de roep om hulp: I can’t breathe. En dat tegen de achtergrond van niet uit te roeien racisme, buitensporig politiegeweld – en schandalige plunderingen. Kan je het je voorstellen: dat je niet veilig, maar juist onveilig voelt bij een agent? Dat je denkt: maak ik geen verdachte beweging? Nee, ik kan het me niet voorstellen, maar ik ben ook geen zwarte man en woon niet in Minneapolis, een van de meest gesegregeerde steden van Amerika. Herinner je je nog dat beeld van dat aangespoelde levenloze jongetje (2015, aan de Turkse kust)? Aylan heette hij. Het gaf al de vluchtelingen een gezicht. Het genereerde ook grote verontwaardiging: dit kan toch niet? Als je wind zaait, als je onrecht zaait, zegt Hosea, zeggen de profeten – maak je borst maar nat!
Maar wat als het stormt? Hoe kunnen we de gemoederen weer tot bedaren brengen in Amsterdam, in Amerika, maar waar niet? Hoe kunnen we in bruggen bouwen in plaats van olie op het vuur gooien? Hoe kunnen we voorkomen dat we als kerk in dit alles meer zijn dan een decor achter een president – die zwaait met een Bijbel – die hij achterstevoren vasthoudt? Moeten we voortdurend meedoen in protesten: van ‘Je suis Charlie’, of alleen onze mond opendoen voor christenen die vervolgd worden? Of protesteren als onze broodwinning onder druk komt? Hoe eensgezind zijn wij – ook in het afwijzen van dít onrecht – en in het consequent blijven liefhebben van anderen – ook als die totaal anders in het leven staan, als ze een andere huidskleur hebben. Wat wordt er van ons gevraagd in deze tijd – in onze eigen moeiten en zorgen? Vragen te over.
Ik werd deze week geïnspireerd door de theoloog des vaderlands Samuel Lee. De eerste met een migratie-achtergrond. Hij was in een gesprek op TV deze week: Op Adem. Hij vertelde dat Pinksteren het feest is dat op straat gebeurt. Het is niet het feest van een groepje geestverwanten die op een kluitje zitten. Samuel Lee werd zelf op een moeilijk moment in zijn leven geraakt, getroost door graffiti op straat: dag lieve medemens! stond er gespoten. Ik dacht aan de kinderen uit de gemeente die ook in de weer waren met stoepkrijt deze week, met teksten als: God houdt van je! Dag lieve medemens! Samuel Lee: Dag lieve medemens, wie heeft je dromen gejat? Wie heeft je van je idealen bestolen, wanneer is je fantasie ontkleurd waar is je moed gebleven? Dag lieve medemens Wanneer heb je voor het laatst liefgehad, met lef geleefd? Wanneer heb je je glimlach verstopt? Pak je verf weer op, en kleur je wereld mooi.
Bij dat bemoedigen van elkaar in deze dagen na Pinksteren geloof ik dat cruciaal is dat we eerst elkaars pijn en verdriet peilen. Ik las over een opa. Een kleinkind vertelde: ze moest huilen, en wat deed op.. hij pakte zijn grote witte zakdoek en hij droogde de tranen, en hoe getroost voelde ze zich voelde… hij wuifde het verdriet niet weg, maar zei.. Kijk, hier is jouw traan, die bewaar ik in mijn zakdoek. Staat er niet in één van de psalmen dat onze tranen in zijn fles worden bewaard? Ja, de Geest schat ons verdriet zó op waarde. Voor ons betekent dat: Niet bedekken en vergoelijken, maar erkennen en herkennen: het leed, het verdriet van een ander.
Wat worden we erg op de proef gesteld in deze dagen na Pinksteren om te blijven geloven in de Geest die uitgestort is op Pinksteren. Er wordt zoveel gezaaid – ook op social media, zoveel meer dan zaad van het Koninkrijk. Paulus zegt in Galaten 6: Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. Bedenk goed wat je zaait. Als je zaadjes van de Geest zaait, wat een vruchten zul je plukken aan liefde, van blijdschap tot vrede, van geduld tot vriendelijkheid, van goedtrouw tot trouw, van zachtmoedigheid tot zelfbeheersing. Is het ook niet als we deze wind zaaien en laten waaien – misschien kunnen we een Pinksterstorm oogsten.. een opwekking! Of… kunnen we andere stormen wat dempen.. en dat is ook heel wat waard. Laten we daarom het goede doen, gaat Paulus verder. Zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. Volhouden tot de dag dat Christus terugkomt. En in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen.

Zolang wij ademhalen,
schept Gij in ons de kracht.
Om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht:
elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.

Al is mijn stem gebroken,
mijn adem zonder kracht,
het lied op and’re lippen
draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen
of in verdriet verstild:
Het lied van uw verlangen
heeft mij aan ’t licht getild!

Het donker kan verbleken
door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen:
zing dan uit alle macht!
God, laat het nooit ontbreken
aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent
dit lieve leven lang.

Ons lied wordt steeds gedragen
door vleugels van de hoop,
het stijgt de angst te boven,
om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,
het ademt van uw Geest.
In ons gezang mag lichten
het komend bruiloftsfeest.

(Liedboek 2013 657 – Weerklank 292)

WJB

Meditatie: projecteren: Hosea 8: 7 Want wie wind zaait zal storm oogsten.

Job 4: 8 wie onrecht ploegt, wie rampspoed zaait, zal het ook oogsten.
Spreuken 22: 8 Wie onheil zaait, zal onheil oogsten, de stok waarmee hij slaat, zal hem te gronde richten.

en aan het eind van de meditatie: 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.